Op de verpleegafdeling

Op de verpleegafdeling
Artsen en verpleegkundigen

Bij uw behandeling zijn verschillende zorgverleners betrokken.

De arts die u behandelt kan een andere zijn  dan de arts die bij u de diagnose heeft gesteld op de polikliniek, omdat  de artsen regelmatig van dienst wisselen. Uiteraard is de arts die u behandelt op de hoogte van uw situatie en beschikt hij of zij over alle  documenten en gegevens.

Soms kan een geplande operatie door  overmacht, bijvoorbeeld bij een spoedgeval, niet doorgaan. Wij laten u  dit dan zo snel mogelijk weten, waarna een nieuw tijdstip voor de operatie wordt gepland.

Uw gynaecoloog is uw behandeld arts, maar op  de afdelingen werken er ook arts-assistenten in opleiding tot  gynaecoloog. De gynaecoloog bespreekt alle patiënten die opgenomen  liggen met de assistent. Op de kraamafdeling komt de  medisch-verloskundige visite lopen als u nog medisch bent, bent u niet  (meer) medisch dan komt de verloskundige van de eerste lijn visite bij u  lopen.

Ook lopen er co-assistenten, dit zijn  medische studenten die hun stage verloskunde lopen. Ook zij worden door  de artsen begeleid.

Tijdens deze visites bespreken zij de verdere  behandeling met u. U kunt dan ook zelf vragen stellen. De visites  worden op iedere afdeling op vaste tijden gelopen. Wilt u buiten de  artsenvisite om de zaalarts of specialist spreken, dan kunt u dat zeggen  tijdens de visite of doorgeven aan de verpleegkundige. Naast de  dagelijkse artsenvisite is er wekelijks een zogenoemde grote visite van  een grotere groep artsen, verpleegkundigen, medisch verloskundigen en  maatschappelijk werk.

Veel mensen vinden het prettig als ze zich  kunnen voorbereiden op de gesprekken met zorgverleners. De onderstaande  tips kunnen u daar bij helpen.


Gesprekstips

  • Neem een vertrouwd persoon mee naar het consult.
  • Schrijf uw vragen vooraf op en maak aantekeningen van de antwoorden.
  • Bepaal welke vragen u in ieder geval wilt stellen.
  • Als u veel vragen heeft, vermeld dit dan bij het maken van de afspraak.
  • Vraag zonodig om uitleg van medische termen.
  • Als u na het gesprek nog vragen heeft, maak dan een nieuwe afspraak.

Aandachtspuntenlijst opname
Met deze aandachtspuntenlijst kunt u zich  voorbereiden op de gesprekken met de zorgverleners. De lijst geeft weer  welke onderwerpen met u besproken worden.

Opnamegesprekken
De arts bespreekt met u:

  • Doel van de opname.
  • Diagnose (indien bekend).
  • Onderzoeken en/of behandelingen die tijdens de opname plaatsvinden.
  • De manier waarop u geïnformeerd wilt worden en in hoeverre u alles wilt weten.
  • De verwachte duur van de opname.

Vraag aan uw arts waar u op moet letten bij het maken van een keuze voor een onderzoek of behandeling.

Verder werken er op de verpleegafdelingen  verpleegkundigen met verloskunde specialisatie en leerling  verpleegkundigen. Op de kraamafdeling werken er ook kraamverzorgenden.  De verpleegkundigen worden ondersteund door de afdelings-assistenten.

De voedingsdienst verzorgt uw eten en drinken overdag. 

De verpleegkundige bespreekt met u:

  • De gang van zaken op de verpleegafdeling.
  • Welke zorgverleners bij de behandeling of onderzoeken betrokken zijn.
  • Verpleegkundige zorg tijdens de opname.
  • Bezoekregeling en mogelijkheid voor aanwezigheid van partner.
  • Verloop van de opnameperiode.
  • Uw thuissituatie tijdens de opname.
  • Aan wie u vragen over de behandeling of onderzoeken kunt stellen
  • Voorwaarden voor ontslag (bijvoorbeeld uw lichamelijke situatie, thuissituatie).
Verdere uitleg rondom alle zorgverleners

Gynaecologen
Binnen de zorgeenheid Verloskunde werken  gynaecologen die zich gespecialiseerd hebben in de zorg en behandeling  rond de zwangerschap en bevalling.

Medisch verloskundigen
Het team van medisch verloskundigen is  werkzaam op de polikliniek, de verpleegafdelingen voor kraamvrouwen, het  verloscentrum en in de thuiszorg. De hoofdverloskundige stuurt dit team aan.

Naast het controleren van zwangeren, het  begeleiden van bevallingen en kraambedden en uitvoering van de nazorg,  verzorgen zij een deel van het onderwijs aan co-assistenten, zowel  theoretisch als praktisch. Tevens controleren zij zwangeren met  complicaties thuis, en verrichten of participeren in onderzoek.

Verpleegkundigen
Elke afdeling heeft een team verpleegkundigen  onder leiding van een teamleider. Er wordt naar gestreefd u zoveel  mogelijk door dezelfde verpleegkundige(n) te laten verzorgen.

De verpleegkundigen hebben de taak u te  informeren over verpleegkundige aspecten rond de zwangerschap, bevalling  en het kraambed. Daarnaast vervullen zij een belangrijke taak in de  coördinatie van zorg.

Zij regelen bijvoorbeeld afspraken voor  onderzoeken, bij andere poliklinieken, bij de diëtist, bij het  maatschappelijk werk, en dergelijke. Bovendien assisteren de  verpleegkundigen de artsen en verloskundigen tijdens de spreekuren. De  verpleegkundigen kennen de weg en de gang van zaken in het ziekenhuis en  kunnen u helpen, uw vragen beantwoorden of u doorverwijzen naar de  juiste persoon.

Administratief medewerkers
Deze mensen zorgen achter de schermen voor de administratie, opnameplanning en dergelijke.

Afdelingssecretaresse
Zij is het aanspreekpunt centraal op de gang  bij de balie. Ze regelt zaken als telefoon, ontvangst patiënten,  afspraken plannen en de post.

Maatschappelijk werkers
Op de afdeling is een maatschappelijk werker  werkzaam. Wanneer u behoeft heeft aan een gesprek met de maatschappelijk  werker kan u dit aan de arts of verpleegkundige aangeven.

Geestelijk verzorgers
Aan de afdeling zijn geestelijk verzorgers  verbonden. Zij komen minimaal één keer per week op de afdeling. Wanneer u  een afspraken wilt maken met de geestelijk verzorgers kunt dit aangeven  aan de arts of verpleegkundige.

Voedingsassistenten
Dranken en maaltijden worden verzorgd door de voedingsassistenten van de afdeling.

Afdelingsassistenten 
Kliniekbedienden regelen zaken als het klaarmaken en opruimen van patiëntenkamers en het vervoer van en naar andere afdelingen.

Huishoudelijke dienst
De afdeling wordt dagelijks schoongemaakt door een vaste ploeg medewerkers.

Lactatiekundigen
In de meeste gevallen is begeleiding bij  borstvoeding vanuit de kraamzorg of neonatologie zorgverlener voldoende.  Indien dat niet het geval is of de problemen blijven bestaan, dan kan  een lactatiekundige worden ingeschakeld. Een lactatiekundige is opgeleid  om borstvoedingssituaties te beoordelen en advies te kunnen geven aan  de kraamvrouw en zorgverlener.

Een lactatiekundige kan worden ingeschakeld bij:

  • Voorlichting en advies met betrekking tot borstvoeding.
  • Problemen bij het aanleggen van de baby.
  • Pijnklachten.
  • (Terugkerende) borstontstekingen.
  • Mogelijk onvoldoende melkproductie.
  • Onvoldoende groei van de baby.
  • Vroeggeboorte en dysmaturiteit.
  • Ziekte of handicap van moeder.
  • Ziekte of handicap van de baby.
  • Acuut stoppen van de borstvoeding.

In het WKZ zijn twee lactatiekundigen werkzaam.

Co-assistenten
Studenten geneeskunde die stage lopen in het ziekenhuis.

Het ontslag

Ontslag
Wanneer u naar huis mag, wordt u daar zo  spoedig mogelijk over geïnformeerd. Bij voorkeur vindt het ontslag  plaats in de ochtend, rond 10.00 uur. Voor het ontslag zal de verpleegkundige of kraamverzorgende die u een aantal dagen verzorgd  heeft samen met een arts of medisch verloskundige een evaluatiegesprek  met u houden. De bedoeling van dit gesprek is om met u het verblijf op  de afdeling te bespreken. Wij horen dan graag hoe u de totale zorg heeft  ervaren. Tevens bieden wij tijdens dit evaluatiegesprek de mogelijkheid  om een afspraak voor bijvoorbeeld nacontrole te plannen.


Ontslaggesprek

De arts bespreekt met u:

  • Wat de gebruikelijke klachten zijn na de behandeling of onderzoeken.
  • Medicijnen voor thuis.
  • Leefregels (voor persoonlijke verzorging, (huishoudelijk) werk, sport, hobby en ontspanning).

De verpleegkundige bespreekt met u:

  • Nazorg.
  • Eventuele controle-afspraak op de polikliniek door arts.
  • Terugblik op opname en verblijf in het UMC Utrecht.
  • Thuissituatie na opname.
  • Kraamhulp.
  • Eventuele hulp vanuit de thuiszorg.
  • Bij wie u na de opname terecht kunt met vragen, problemen of eventuele noodsituaties.

Nazorg
De verpleegkundige maakt via de  afdelingssecretaresse zonodig een afspraak voor uw eerstvolgende  polikliniekbezoek. U wordt eventueel verwezen naar een fysiotherapeut,  een diëtist of andere zorgverlener. Uw huisarts en verloskundige worden  geïnformeerd over uw ontslag en ingeschakeld voor eventuele controles  thuis.

Zorg voor thuis
De arts en de verpleegkundige bekijken welke  hulp, in aanvulling op de kraamhulp, u eventueel in de thuissituatie  nodig heeft. Als u thuis verpleegkundige hulp nodig heeft, nemen zij  contact op met een instelling voor thuiszorg bij u in de buurt. U kunt  daar ook voor gezinshulp terecht.

Zo nodig vraagt de maatschappelijk werker van de afdeling hulp aan.

Recht op uitgestelde kraamzorg:

  • Indien een kind later met ontslag gaat dan de moeder.
  • Aanvragen van kraamzorg bij kraambureau  direct na de bevalling (dezelfde dag of een dag later in verband met  plannen van kraamzorg). Zij regelen het met de verzekeraar.
Op de verpleegafdeling
Artsen en verpleegkundigen

Bij uw behandeling zijn verschillende zorgverleners betrokken.

De arts die u behandelt kan een andere zijn  dan de arts die bij u de diagnose heeft gesteld op de polikliniek, omdat  de artsen regelmatig van dienst wisselen. Uiteraard is de arts die u behandelt op de hoogte van uw situatie en beschikt hij of zij over alle  documenten en gegevens.

Soms kan een geplande operatie door  overmacht, bijvoorbeeld bij een spoedgeval, niet doorgaan. Wij laten u  dit dan zo snel mogelijk weten, waarna een nieuw tijdstip voor de operatie wordt gepland.

Uw gynaecoloog is uw behandeld arts, maar op  de afdelingen werken er ook arts-assistenten in opleiding tot  gynaecoloog. De gynaecoloog bespreekt alle patiënten die opgenomen  liggen met de assistent. Op de kraamafdeling komt de  medisch-verloskundige visite lopen als u nog medisch bent, bent u niet  (meer) medisch dan komt de verloskundige van de eerste lijn visite bij u  lopen.

Ook lopen er co-assistenten, dit zijn  medische studenten die hun stage verloskunde lopen. Ook zij worden door  de artsen begeleid.

Tijdens deze visites bespreken zij de verdere  behandeling met u. U kunt dan ook zelf vragen stellen. De visites  worden op iedere afdeling op vaste tijden gelopen. Wilt u buiten de  artsenvisite om de zaalarts of specialist spreken, dan kunt u dat zeggen  tijdens de visite of doorgeven aan de verpleegkundige. Naast de  dagelijkse artsenvisite is er wekelijks een zogenoemde grote visite van  een grotere groep artsen, verpleegkundigen, medisch verloskundigen en  maatschappelijk werk.

Veel mensen vinden het prettig als ze zich  kunnen voorbereiden op de gesprekken met zorgverleners. De onderstaande  tips kunnen u daar bij helpen.


Gesprekstips

  • Neem een vertrouwd persoon mee naar het consult.
  • Schrijf uw vragen vooraf op en maak aantekeningen van de antwoorden.
  • Bepaal welke vragen u in ieder geval wilt stellen.
  • Als u veel vragen heeft, vermeld dit dan bij het maken van de afspraak.
  • Vraag zonodig om uitleg van medische termen.
  • Als u na het gesprek nog vragen heeft, maak dan een nieuwe afspraak.

Aandachtspuntenlijst opname
Met deze aandachtspuntenlijst kunt u zich  voorbereiden op de gesprekken met de zorgverleners. De lijst geeft weer  welke onderwerpen met u besproken worden.

Opnamegesprekken
De arts bespreekt met u:

  • Doel van de opname.
  • Diagnose (indien bekend).
  • Onderzoeken en/of behandelingen die tijdens de opname plaatsvinden.
  • De manier waarop u geïnformeerd wilt worden en in hoeverre u alles wilt weten.
  • De verwachte duur van de opname.

Vraag aan uw arts waar u op moet letten bij het maken van een keuze voor een onderzoek of behandeling.

Verder werken er op de verpleegafdelingen  verpleegkundigen met verloskunde specialisatie en leerling  verpleegkundigen. Op de kraamafdeling werken er ook kraamverzorgenden.  De verpleegkundigen worden ondersteund door de afdelings-assistenten.

De voedingsdienst verzorgt uw eten en drinken overdag. 

De verpleegkundige bespreekt met u:

  • De gang van zaken op de verpleegafdeling.
  • Welke zorgverleners bij de behandeling of onderzoeken betrokken zijn.
  • Verpleegkundige zorg tijdens de opname.
  • Bezoekregeling en mogelijkheid voor aanwezigheid van partner.
  • Verloop van de opnameperiode.
  • Uw thuissituatie tijdens de opname.
  • Aan wie u vragen over de behandeling of onderzoeken kunt stellen
  • Voorwaarden voor ontslag (bijvoorbeeld uw lichamelijke situatie, thuissituatie).
Verdere uitleg rondom alle zorgverleners

Gynaecologen
Binnen de zorgeenheid Verloskunde werken  gynaecologen die zich gespecialiseerd hebben in de zorg en behandeling  rond de zwangerschap en bevalling.

Medisch verloskundigen
Het team van medisch verloskundigen is  werkzaam op de polikliniek, de verpleegafdelingen voor kraamvrouwen, het  verloscentrum en in de thuiszorg. De hoofdverloskundige stuurt dit team aan.

Naast het controleren van zwangeren, het  begeleiden van bevallingen en kraambedden en uitvoering van de nazorg,  verzorgen zij een deel van het onderwijs aan co-assistenten, zowel  theoretisch als praktisch. Tevens controleren zij zwangeren met  complicaties thuis, en verrichten of participeren in onderzoek.

Verpleegkundigen
Elke afdeling heeft een team verpleegkundigen  onder leiding van een teamleider. Er wordt naar gestreefd u zoveel  mogelijk door dezelfde verpleegkundige(n) te laten verzorgen.

De verpleegkundigen hebben de taak u te  informeren over verpleegkundige aspecten rond de zwangerschap, bevalling  en het kraambed. Daarnaast vervullen zij een belangrijke taak in de  coördinatie van zorg.

Zij regelen bijvoorbeeld afspraken voor  onderzoeken, bij andere poliklinieken, bij de diëtist, bij het  maatschappelijk werk, en dergelijke. Bovendien assisteren de  verpleegkundigen de artsen en verloskundigen tijdens de spreekuren. De  verpleegkundigen kennen de weg en de gang van zaken in het ziekenhuis en  kunnen u helpen, uw vragen beantwoorden of u doorverwijzen naar de  juiste persoon.

Administratief medewerkers
Deze mensen zorgen achter de schermen voor de administratie, opnameplanning en dergelijke.

Afdelingssecretaresse
Zij is het aanspreekpunt centraal op de gang  bij de balie. Ze regelt zaken als telefoon, ontvangst patiënten,  afspraken plannen en de post.

Maatschappelijk werkers
Op de afdeling is een maatschappelijk werker  werkzaam. Wanneer u behoeft heeft aan een gesprek met de maatschappelijk  werker kan u dit aan de arts of verpleegkundige aangeven.

Geestelijk verzorgers
Aan de afdeling zijn geestelijk verzorgers  verbonden. Zij komen minimaal één keer per week op de afdeling. Wanneer u  een afspraken wilt maken met de geestelijk verzorgers kunt dit aangeven  aan de arts of verpleegkundige.

Voedingsassistenten
Dranken en maaltijden worden verzorgd door de voedingsassistenten van de afdeling.

Afdelingsassistenten 
Kliniekbedienden regelen zaken als het klaarmaken en opruimen van patiëntenkamers en het vervoer van en naar andere afdelingen.

Huishoudelijke dienst
De afdeling wordt dagelijks schoongemaakt door een vaste ploeg medewerkers.

Lactatiekundigen
In de meeste gevallen is begeleiding bij  borstvoeding vanuit de kraamzorg of neonatologie zorgverlener voldoende.  Indien dat niet het geval is of de problemen blijven bestaan, dan kan  een lactatiekundige worden ingeschakeld. Een lactatiekundige is opgeleid  om borstvoedingssituaties te beoordelen en advies te kunnen geven aan  de kraamvrouw en zorgverlener.

Een lactatiekundige kan worden ingeschakeld bij:

  • Voorlichting en advies met betrekking tot borstvoeding.
  • Problemen bij het aanleggen van de baby.
  • Pijnklachten.
  • (Terugkerende) borstontstekingen.
  • Mogelijk onvoldoende melkproductie.
  • Onvoldoende groei van de baby.
  • Vroeggeboorte en dysmaturiteit.
  • Ziekte of handicap van moeder.
  • Ziekte of handicap van de baby.
  • Acuut stoppen van de borstvoeding.

In het WKZ zijn twee lactatiekundigen werkzaam.

Co-assistenten
Studenten geneeskunde die stage lopen in het ziekenhuis.

Het ontslag

Ontslag
Wanneer u naar huis mag, wordt u daar zo  spoedig mogelijk over geïnformeerd. Bij voorkeur vindt het ontslag  plaats in de ochtend, rond 10.00 uur. Voor het ontslag zal de verpleegkundige of kraamverzorgende die u een aantal dagen verzorgd  heeft samen met een arts of medisch verloskundige een evaluatiegesprek  met u houden. De bedoeling van dit gesprek is om met u het verblijf op  de afdeling te bespreken. Wij horen dan graag hoe u de totale zorg heeft  ervaren. Tevens bieden wij tijdens dit evaluatiegesprek de mogelijkheid  om een afspraak voor bijvoorbeeld nacontrole te plannen.


Ontslaggesprek

De arts bespreekt met u:

  • Wat de gebruikelijke klachten zijn na de behandeling of onderzoeken.
  • Medicijnen voor thuis.
  • Leefregels (voor persoonlijke verzorging, (huishoudelijk) werk, sport, hobby en ontspanning).

De verpleegkundige bespreekt met u:

  • Nazorg.
  • Eventuele controle-afspraak op de polikliniek door arts.
  • Terugblik op opname en verblijf in het UMC Utrecht.
  • Thuissituatie na opname.
  • Kraamhulp.
  • Eventuele hulp vanuit de thuiszorg.
  • Bij wie u na de opname terecht kunt met vragen, problemen of eventuele noodsituaties.

Nazorg
De verpleegkundige maakt via de  afdelingssecretaresse zonodig een afspraak voor uw eerstvolgende  polikliniekbezoek. U wordt eventueel verwezen naar een fysiotherapeut,  een diëtist of andere zorgverlener. Uw huisarts en verloskundige worden  geïnformeerd over uw ontslag en ingeschakeld voor eventuele controles  thuis.

Zorg voor thuis
De arts en de verpleegkundige bekijken welke  hulp, in aanvulling op de kraamhulp, u eventueel in de thuissituatie  nodig heeft. Als u thuis verpleegkundige hulp nodig heeft, nemen zij  contact op met een instelling voor thuiszorg bij u in de buurt. U kunt  daar ook voor gezinshulp terecht.

Zo nodig vraagt de maatschappelijk werker van de afdeling hulp aan.

Recht op uitgestelde kraamzorg:

  • Indien een kind later met ontslag gaat dan de moeder.
  • Aanvragen van kraamzorg bij kraambureau  direct na de bevalling (dezelfde dag of een dag later in verband met  plannen van kraamzorg). Zij regelen het met de verzekeraar.
Hoe verloopt het onderzoek?

Het opsporen van ROP gebeurt in de meeste  gevallen door middel van een ’oogspiegel onderzoek’. In sommige  ziekenhuizen maakt men gebruik van een speciale fotocamera, de Retcam.

Uw kindje krijgt eerst meerdere oogdruppels  toegediend door de verpleging. Deze oogdruppels zorgen ervoor dat de  pupillen wijd worden. Dit is noodzakelijk om het netvlies goed te kunnen  beoordelen.

Nadat de druppels goed zijn ingewerkt kijkt de  oogarts. De verpleegkundige assisteert tijdens het onderzoek en zorgt  voor een comfortabele en goede positie van de baby.

Soms vindt het onderzoek niet plaats op de  afdeling waar uw kindje opgenomen is maar bijvoorbeeld op de polikliniek  oogheelkunde.

Om het oog goed open te houden tijdens het  onderzoek, wordt een spreidertje tussen de oogleden geplaatst. Dit  vinden ouders vaak vervelend om te zien. Om te voorkomen dat uw kindje  last heeft van het spreidertje geeft de oogarts vooraf verdovende  oogdruppels.

De oogarts onderzoekt vervolgens het oog op  tekenen van ROP. Hiervoor schijnt hij met een lampje in het oog, en  kijkt door een loep naar het netvlies. Het onderzoek zal ongeveer een kwartier in beslag nemen. Tijdens het onderzoek huilen kindjes soms  omdat zij het felle licht niet prettig vinden.

Ontstaan en indeling van ROP

Wanneer de bloedvaten die het netvlies van  voeding voorzien niet voldoende uitgegroeidzijn, kan zuurstof-tekort  ontstaan in dat deel van het netvlies waar nog geen bloedvaten gegroeid  zijn. Het netvlies probeert dit zuurstoftekort te corrigeren en gaat  stofjes (angiogene factoren) afgeven die de uitgroei van bloedvaten stimuleren.

Wanneer te veel van deze stofjes worden afgegeven kunnen woekeringen van de bloedvaten ontstaan.

Omdat deze bloedvaten van slechte kwaliteit  zijn kunnen ze gaan lekken en daardoor kan in het ergste geval het  netvlies loslaten.

ROP wordt ingedeeld in zones en stadia.

Zones
De mate van uitgroei van de bloedvaten wordt  ingedeeld in 3 zones. In zone 1 zijn de bloedvaten het minst uitgegroeid  en in zone 3 vrijwel volledig.

Stadia
ROP kent 5 stadia waarvan stadium 1 en 2 het meeste voorkomen. Dit zijn de mildste vormen.

Bij stadium 3 ontstaan er woekeringen van de bloedvaten en neemt de kans op bloedingen uit deze slechte bloedvaten toe.

Door bloedvaten die het oog in groeien en  bloedingen in het oog, kan het netvlies van zijn plaats getrokken  worden. In stadium 4 heeft het netvlies gedeeltelijk en in stadium 5 helemaal los gelaten. Dit laatste wordt ook wel het eindstadium van ROP genoemd.

Plus disease
Er wordt ook naar de dikte en kronkeling van  de bloedvaten gekeken. Als de vaten erg dik en kronkelig zijn wordt dit  ‘plus disease’ genoemd. Het aanwezig zijn van plus disease is geen goed  teken, en meestal een reden om te behandelen.

Als er bij uw kind ROP is ontstaan zijn er twee mogelijkheden:
1. De ROP verdwijnt spontaan en de bloedvaten groeien alsnog op een normale wijze door. Gelukkig gebeurt dit bij het merendeel van de kinderen.
2. De ROP gaat steeds een stadium verder. Na de screening wordt u door een zorgverlener van de bevindingen op de hoogte gebracht. Bij (dreigende) ernstige afwijkingen gebeurt dit door een oogarts.

Behandeling

Na de ROP screening kan het zijn dat de oogarts afspreekt om de zuurstofsaturatiegrenzen aan te passen naar 95-98% omdat deze hogere saturatiewaarden een positief effect kunnen hebben op de doorgroei van de bloedvaatjes van het netvlies van het oog.

Dit kan betekenen dat uw kindje (tijdelijk) meer zuurstof nodig heeft. Ook zullen er mogelijk meer alarmen zijn omdat de gewenste saturatiewaardes binnen een hele kleine marge liggen.

Het is voor de verpleegkundigen altijd een afweging om deze grenzen na te streven en de zuurstofbehoefte aan te passen en het zuurstof percentage niet teveel te veranderen, omdat snelle aanpassing ook meer zuurstofschommelingen kan geven (wat ook niet goed is voor de netvliesvaten) en snel een te hoge saturatiewaarde tot gevolg heeft.

Bij een klein aantal kinderen zal er vervolgens behandeling nodig zijn. Doorgaans is dit een laserbehandeling die kan worden uitgevoerd in een aantal gespecialiseerde centra.

Het kan dus zijn dat uw kindje tijdelijk moet worden overgeplaatst naar een ander ziekenhuis.

Met deze behandeling wordt het deel van het netvlies dat zuurstoftekort heeft uitgeschakeld, waardoor de productie van de stofjes, die de uitgroei van bloedvaten stimuleren, af neemt. Soms lukt dit onvoldoende wat kan betekenen dat nogmaals behandeling nodig is. In een enkel geval kan het voorkomen, dat ondanks alle inspanningen een kindje toch blind- of slechtziend wordt.

Uw kind
Wanneer er voor uw kind een afspraak ten behoeve van screening op ROP is ingepland, wordt u hierover geïnformeerd. U hoort op welke dag of dagdeel de screening plaats vindt.

Een onderzoek bij uw kindje kan vervelend zijn om te zien, maar het kan voor uw kind prettig zijn als u er wel bij bent. Overleg daarom met de zorgverleners van de afdeling of u bij het onderzoek aanwezig zult zijn.

Als uw kind overgeplaatst wordt, zullen de gegevens inclusief de termijn voor het eventuele vervolgonderzoek doorgegeven worden aan het volgende ziekenhuis. Mocht uw kind naar huis gaan en nog gescreend moeten worden dan krijgt u daarvoor een afspraak mee.

Mocht deze afspraak echt niet door kunnen gaan dan moet op korte termijn een nieuwe gemaakt worden.

Wij willen u graag het belang van ROP-screening uitleggen. Het kan zijn dat dit met deze folder niet helemaal gelukt is en u toch nog met vragen bent blijven zitten. Raadpleeg in dat geval gerust uw arts voor verdere informatie.

Nuttige websites
couveuseouders.nl
oogartsen.nl
nedrop.nl

Over ons

'De beste zorg voor nu en in de toekomst'



Omdat ieder mens de beste zorg verdient, legt het UMC Utrecht de lat voortdurend hoog. Het resultaat: vernieuwende, toonaangevende behandelingen die beantwoorden aan de zorgbehoeften van nu en de toekomst. De bijzondere kennis die hiervoor nodig is, ontwikkelen we samen met patiënten(organisaties) en diverse partners. In teamverband werken we aan oplossingen voor grote, medische vraagstukken. Per individuele patiënt wordt gekeken welke behandeling bij hem of haar past. Alles wat wij doen, is erop gericht om mensen gezond te maken en te houden. En waar mogelijk ziekte te voorkomen.

Contact

U kunt algemene informatie opvragen over
het UMC Utrecht via:

E-mail info@umcutrecht.nl of via
Telefoonnummer 088 75 555 55
Website www.umcutrecht.nl

of vul het contactformulier hieronder in:
Vul je naam in
Vul een correct e-mailadres in
Vul een opmerking in
Bedankt, je bericht is verzonden.
Er ging iets mis met het verzenden van het formulier. Probeer het opnieuw.

Zoeken

Zoek via een zoekterm naar een pagina binnen deze publicatie.
Vul minimaal 3 karakters in.

UMC Utrecht

Bekijk hier alle publicaties die over en door het UMC Utrecht gemaakt zijn.
Volledig scherm

UMC Utrecht

Bekijk hier alle publicaties die over en door het UMC Utrecht gemaakt zijn.