UMC Utrecht

Bekijk hier alle publicaties die over en door het UMC Utrecht gemaakt zijn.

Borstvoeding voor meerlingen

Borstvoeding voor
meerlingen
Meer dan één baby

Hoe u de baby’s ook gaat voeden, u gaat een drukke tijd tegemoet. Een groot probleem voor moeder is het krijgen van voldoende slaap en rust naast de zorg voor de rest van het gezin en het huishouden.

Accepteren van aangeboden hulp kan net het  verschil maken. Hulp kan bestaan uit een boodschap doen, eten koken of  meenemen, de moeder iets te drinken brengen als ze zit te voeden,  oppassen zodat u even kunt rusten of een frisse neus kunt halen,  huishoudelijke klussen, uitlaten van huisdier(en). Het kan verstandig  zijn de eerste weken na de kraamzorg d het bezoek te beperken.

Stel prioriteiten. U kunt informeren bij uw zorgverzekering over de mogelijkheid van verlengde kraamzorg. 

Aan de borst

Als u nog nooit zelf gevoed heeft, moet u de vaardigheid nog leren. De eerste dagen zijn echte oefendagen. Houd er rekening mee dat niet alles in één  keer perfect gaat. Het kan handig zijn in het begin uw baby’s één voor  één te voeden. Omdat ze vaak nog klein zijn, kan het nodig zijn de baby te stimuleren actief te blijven aan de borst.

Als de baby’s goed de borst kunnen pakken en  actief drinkgedrag laten zien, kan het fijn zijn om ze gelijktijdig aan  te leggen. Het kan zijn dat de baby’s niet gelijktijdig toe zijn aan een voeding en zich hierin ook niet laten sturen. Sommige moeders geven  zelf de voorkeur aan één voor één te voeden. U gaat zelf experimenteren om een manier te vinden wat voor u en uw baby’s het best werkt.

Gelijktijdig voeden

De handigheid om de baby’s samen te voeden  leert u in het ziekenhuis of van de kraamzorg. De beste houding om twee baby’s tegelijk te voeden gaat u zelf vinden door het uit te proberen.  Of u gebruik maakt van kussen, voetenbankje, stoel, bank of bed hangt af  van uw situatie.

Afwisselen

Om de beurt of gelijktijdig, in de praktijk  zal het een mengeling zijn. Soms gaan de baby’s een eigen voedingsritme  ontwikkelen, waarbij de ene baby vaker aan de borst wil, dan de andere.  Vaak is het zo dat een borst per etmaal meer melk aanmaakt of dat de  melk uit de ene borst makkelijker toeschiet. Het is aan te raden de  baby’s per voeding aan een andere borst te laten drinken. Voeding 1 gaat  baby A rechts en baby B links. 

Voeding 2 gaat dan baby A links en baby B rechts.
Het kan zijn dat u uitkomt op een combinatie van borst en fles. Voeding 1 krijgt dan baby A de borst en baby B de fles. Voeding 2 andersom. Afhankelijk van uw productie en mogelijkheid tot kolven zal de fles gevuld zijn met afgekolfde melk of kunstvoeding.

Drie of nog meer baby's

Voor meer dan twee baby’s is het nog steeds  mogelijk (soms deels) zelf te voeden. Het belangrijkste bij het  opstellen van kolf- en  voedingsschema’s en systemen is te kijken naar   wat werkt voor jullie samen. Informatie is te krijgen via de site van la leche league

Een goede productie

Bij meer baby’s aan de borst geldt dat hoe  vaker u voedt, hoe meer melk u heeft, net zoals bij voeden van een baby.  De omstandigheden zijn echter soms niet optimaal. 

Denk aan het feit dat meerlingen vaker vroeger  geboren worden en de kans op opname van de baby of nog niet actief  drinkgedrag na de geboorte om die reden ook groter is. Probeer dan  zoveel mogelijk de borsten te stimuleren met kolven. 

Ook als een baby aan de borst kan,  gaat u  kolven voor de andere baby. Om voldoende melk te maken, is het nodig  zeer frequent te stimuleren. Minimaal 8 keer per 24 uur, waarvan  minimaal ook een keer in de nacht. 

U kunt samen met de kraamzorg een kolfschema maken, passend bij de situatie.

Het is belangrijk om een zo goed mogelijke  melkproductie op te bouwen, zodat er ruim voldoende is voor meerdere  baby’s. Wanneer er in de beginperiode meer melkproductie is dan de  baby's nodig hebben is het verstandig om regelmatig te blijven kolven.  Hierdoor bouwt u een reserve op en blijft de melkproductie zo goed  mogelijk in stand. Kleine baby’s groeien snel en hebben een steeds  grotere behoefte aan moedermelk.

Wanneer u langdurig bent aangewezen op het  afkolven van de moedermelk, kan het gebeuren dat de melkproductie door  vermoeidheid en stress afneemt. Indien u voldoende melk in voorraad  hebt, hoeft u zich hierover niet ongerust te maken. 

Borstvoeding voor
meerlingen
Meer dan één baby

Hoe u de baby’s ook gaat voeden, u gaat een drukke tijd tegemoet. Een groot probleem voor moeder is het krijgen van voldoende slaap en rust naast de zorg voor de rest van het gezin en het huishouden.

Accepteren van aangeboden hulp kan net het  verschil maken. Hulp kan bestaan uit een boodschap doen, eten koken of  meenemen, de moeder iets te drinken brengen als ze zit te voeden,  oppassen zodat u even kunt rusten of een frisse neus kunt halen,  huishoudelijke klussen, uitlaten van huisdier(en). Het kan verstandig  zijn de eerste weken na de kraamzorg d het bezoek te beperken.

Stel prioriteiten. U kunt informeren bij uw zorgverzekering over de mogelijkheid van verlengde kraamzorg. 

Aan de borst

Als u nog nooit zelf gevoed heeft, moet u de vaardigheid nog leren. De eerste dagen zijn echte oefendagen. Houd er rekening mee dat niet alles in één  keer perfect gaat. Het kan handig zijn in het begin uw baby’s één voor  één te voeden. Omdat ze vaak nog klein zijn, kan het nodig zijn de baby te stimuleren actief te blijven aan de borst.

Als de baby’s goed de borst kunnen pakken en  actief drinkgedrag laten zien, kan het fijn zijn om ze gelijktijdig aan  te leggen. Het kan zijn dat de baby’s niet gelijktijdig toe zijn aan een voeding en zich hierin ook niet laten sturen. Sommige moeders geven  zelf de voorkeur aan één voor één te voeden. U gaat zelf experimenteren om een manier te vinden wat voor u en uw baby’s het best werkt.

Gelijktijdig voeden

De handigheid om de baby’s samen te voeden  leert u in het ziekenhuis of van de kraamzorg. De beste houding om twee baby’s tegelijk te voeden gaat u zelf vinden door het uit te proberen.  Of u gebruik maakt van kussen, voetenbankje, stoel, bank of bed hangt af  van uw situatie.

Afwisselen

Om de beurt of gelijktijdig, in de praktijk  zal het een mengeling zijn. Soms gaan de baby’s een eigen voedingsritme  ontwikkelen, waarbij de ene baby vaker aan de borst wil, dan de andere.  Vaak is het zo dat een borst per etmaal meer melk aanmaakt of dat de  melk uit de ene borst makkelijker toeschiet. Het is aan te raden de  baby’s per voeding aan een andere borst te laten drinken. Voeding 1 gaat  baby A rechts en baby B links. 

Voeding 2 gaat dan baby A links en baby B rechts.
Het kan zijn dat u uitkomt op een combinatie van borst en fles. Voeding 1 krijgt dan baby A de borst en baby B de fles. Voeding 2 andersom. Afhankelijk van uw productie en mogelijkheid tot kolven zal de fles gevuld zijn met afgekolfde melk of kunstvoeding.

Drie of nog meer baby's

Voor meer dan twee baby’s is het nog steeds  mogelijk (soms deels) zelf te voeden. Het belangrijkste bij het  opstellen van kolf- en  voedingsschema’s en systemen is te kijken naar   wat werkt voor jullie samen. Informatie is te krijgen via de site van la leche league

Een goede productie

Bij meer baby’s aan de borst geldt dat hoe  vaker u voedt, hoe meer melk u heeft, net zoals bij voeden van een baby.  De omstandigheden zijn echter soms niet optimaal. 

Denk aan het feit dat meerlingen vaker vroeger  geboren worden en de kans op opname van de baby of nog niet actief  drinkgedrag na de geboorte om die reden ook groter is. Probeer dan  zoveel mogelijk de borsten te stimuleren met kolven. 

Ook als een baby aan de borst kan,  gaat u  kolven voor de andere baby. Om voldoende melk te maken, is het nodig  zeer frequent te stimuleren. Minimaal 8 keer per 24 uur, waarvan  minimaal ook een keer in de nacht. 

U kunt samen met de kraamzorg een kolfschema maken, passend bij de situatie.

Het is belangrijk om een zo goed mogelijke  melkproductie op te bouwen, zodat er ruim voldoende is voor meerdere  baby’s. Wanneer er in de beginperiode meer melkproductie is dan de  baby's nodig hebben is het verstandig om regelmatig te blijven kolven.  Hierdoor bouwt u een reserve op en blijft de melkproductie zo goed  mogelijk in stand. Kleine baby’s groeien snel en hebben een steeds  grotere behoefte aan moedermelk.

Wanneer u langdurig bent aangewezen op het  afkolven van de moedermelk, kan het gebeuren dat de melkproductie door  vermoeidheid en stress afneemt. Indien u voldoende melk in voorraad  hebt, hoeft u zich hierover niet ongerust te maken.