UMC Utrecht

Bekijk hier alle publicaties die over en door het UMC Utrecht gemaakt zijn.

Premature weeën en vroeggeboorte

Vroegtijdige weeën
en vroeggeboorte
Vroegtijdige weeën en
dreigende vroeggeboorte

Een zwangerschap duurt gemiddeld 40 weken, maar een periode van 37 tot 42 weken beschouwt men als een normale duur van de zwangerschap.
Vroegtijdige weeën zijn weeën die optreden voor 37 weken. Ze kunnen leiden tot een bevalling op een te vroeg tijdstip, dat wil zeggen voordat de zwangerschapsduur 37 weken is. Dit noemt men ook wel een preterme bevalling. Het kind is dan bij de geboorte nog onrijp en heeft extra medische verzorging nodig. Zo’n te vroeg geboren kind noemt men een premature baby.

De behandeling van vroegtijdige weeën heeft als doel het tijdstip van de bevalling uit te stellen en ervoor te zorgen dat de geboorte van het kind plaatsvindt in een optimale situatie.

Vroegtijdige weeën
Weeën zijn pijnlijke samentrekkingen van de baarmoeder die leiden tot ontsluiting van de baarmoedermond en uiteindelijk tot de bevalling. Wanneer ze meer dan drie weken voor de uitgerekende datum optreden, spreken we van vroegtijdige weeën. Het kan dan gaan om een dreigende vroeggeboorte. Op zich verschillen vroegtijdige weeën niet van weeën rond de uitgerekende datum. Vaak zijn echte weeën pijnlijk en regelmatig. Ook kan verlies van wat bloed, slijm en/of vruchtwater optreden.

'Harde buiken' zijn geen weeën, maar normale samentrekkingen van de baarmoeder. Ze treden meestal niet regelmatig op, maar meer verspreid over de dag. Ze zijn vaak meer ongemakkelijk dan pijnlijk en veroorzaken geen ontsluiting.

Vroegtijdig gebroken vliezen 
Soms begint een voortijdige bevalling met het breken van de vliezen. Vochtverlies kan wijzen opgebroken vliezen. Meestal vangt men aflopend vocht op om vast te stellen of het om vruchtwater gaat en niet om urine of vaginale afscheiding.
Als de vliezen te vroeg breken kan de bevalling op gang komen. Er is een kans op infecties die zich via de vagina (schede) naar de baarmoeder en het kind kunnen uitbreiden. Zowel de moeder als het kind kunnen daar ziek van worden. Daarom houdt men de temperatuur van de moeder en de hartslag van het kind goed in de gaten. Antibiotica schrijft de arts soms voor om een infectie te voorkomen of te behandelen. Deze medicijnen, die men aan de moeder geeft, komen via de placenta ook bij het kind terecht.

Onderzoek

Bij vroegtijdige weeën doet de gynaecoloog onderzoek om te beoordelen of er werkelijk sprake is van een dreigende vroeggeboorte. Om te beoordelen of er al ontsluiting is verricht de arts veelal een inwendig onderzoek (vaginaal toucher of vaginale echo). Dit gebeurt over het algemeen alleen wanneer de vliezen niet gebroken zijn. Bij gebroken vliezen is vaginaal onderzoek met een steriele spreider (speculum) een mogelijkheid, maar men doet dit onderzoek niet altijd. Daarnaast zijn er andere onderzoeken om uw conditie en die van uw kind te controleren. Vaak neemt men met een kweekstokje een kweek af van de baarmoedermond, de ingang van de schede of de anus om eventuele infecties op het spoor te komen.

De weeën en de reactie van het kind op deze weeën kan men beoordelen met behulp van een CTG. Dit is een afkorting voor Cardio Toco Gram: een registratie van de hartslag van het kind en de weeënactiviteit.

Echoscopisch onderzoek geeft informatie over de ligging en de conditie van uw kind, de hoeveelheid vruchtwater, en de plaats van de placenta (moederkoek). Met dit onderzoek is het ook mogelijk de lengte van de baarmoedermond te meten.

Bloed- en urineonderzoek kan aanvullende informatie geven over uw conditie en over aanwijzingen voor infecties, zoals een blaasontsteking. De verpleegkundige controleert meestal regelmatig uw bloeddruk en temperatuur, en vaak luistert men ook naar uw hart en longen.

Weeën remmende medicatie

De eerste keus om premature weeën te behandelen in het WKZ geboortecentrum is atociban (Tractocile ® ). Deze wordt via een infuus gegeven.

Een ander middel dat kan worden toegepast is de calciumblokker nifedipine (Adalat®), deze neemt u onder de tong in. Adalat® is nog niet officieel als weeënremmer geregistreerd. In het WKZ geboortecentrum starten wij hier niet mee maar als u uit een ander ziekenhuis overkomt en hiermee gestart bent gaan wij overwegen met welke medicatietherapie wij de behandeling voortzetten.

Alle weeënremmers zijn effectief in het verminderen of stoppen van weeën. Vaak geven ze niet meer dan enkele uren tot dagen uitstel van de bevalling. Juist deze extra tijd is van groot belang om de conditie en kansen van het kind te verbeteren door het geven van corticosteroïden en/of door overplaatsing van de zwangere vrouw naar een centrumziekenhuis met een NICU (intensive care afdeling voor neonaten)

Bijwerking van weeënremmers 
Onze voorkeur voor continue infuus therapie gaat uit naar Tractocile® vanwege zeldzame bijwerkingen als misselijkheid, hoofdpijn en duizeligheid, lage bloeddruk, hartkloppingen . Deze bijwerkingen zijn meestal mild van aard.
Calciumblokkers (Adalat*) kunnen hoofdpijn als belangrijkste klacht geven.

Koorts tijdens weeënremming, zeker als de vliezen gebroken zijn, kan duiden op een infectie. Het is dan beter de weeënremming te stoppen, antibiotica te geven en het kind te laten komen.

Corticosteroïden   
Corticosteroïden zijn bijnierschorshormonen. Het lichaam maakt deze hormonen onder invloed van stress, maar men kan ze ook via een injectie aan de moeder toedienen. Bij kinderen die te vroeg geboren worden, functioneren de longen en andere organen nog niet helemaal. Om deze sneller te laten rijpen geeft men voor de geboorte corticosteroïden aan de moeder. Deze middelen komen via de placenta bij het kind. De longen en andere orgaansystemen van de baby rijpen dan versneld. Kinderen die voor 33-34 weken geboren worden nadat de moeder corticosteroïden heeft gekregen, hebben een betere prognose. Het effect van corticosteroïden is al meetbaar na 12 uur, maar optimaal na 24-48 uur. Hun werking duurt zeker een week.

Voorbeelden van dergelijke medicijnen zijn betamethason en dexamethason.

De bijwerkingen voor de moeder zijn gering. Het kind kan de eerste tijd wat minder beweeglijk zijn en op het CTG vertoont de hartslag vaak een wat rustiger beeld, maar tot nu toe zijn er geen nadelige effecten aangetoond.

Behandeling van een vroeg geboorte

De behandeling is afhankelijk van de duur van de zwangerschap, uw conditie en die van uw kind, en natuurlijk van de mate van ontsluiting. Bedrust en behandeling van een eventuele (blaas-) ontsteking verminderen vaak de weeënactiviteit. De gynaecoloog kan medicijnen voorschrijven om de weeën te remmen (weeënremmers) en om de samentrekkingen van de baarmoeder te bestrijden. Maar als er al veel ontsluiting is, bijvoorbeeld meer dan 5 centimeter, is de kans zeer klein dat het nog lukt om de bevalling enige dagen uit te stellen.

Soms geeft men bij een dreigende vroeggeboorte antibiotica als voorzorgsmaatregel.

Als de zwangerschap minder dan 30 weken is wordt een ook magnesiumsulfaat via een infuus gegeven, dit is een preventieve maatregel om de hersenen van het kind te beschermen ten gevolge van de premature bevalling.

Voor 33-34 weken zwangerschapsduur schrijft de gynaecoloog bij weeënremming vrijwel altijd ook corticosteroïden aan de moeder voor, om de rijping van de longen en andere organen van het kind te bevorderen.

Weeënremming vóór 24 en ná 33-34 zwangerschapsweken is niet zinvol. In bepaalde situaties – zoals bij een zeer ernstige hoge bloeddruk, bij ernstige groeivertraging van het kind, of bij infecties in de baarmoeder ziet men al voor de 33-34e zwangerschapsweek af van weeënremming en houdt men de geboorte van het kind niet tegen.

Het is gebruikelijk de geboorte van kinderen die nog geen 30-32 zwangerschapsweken oud zijn, in een centrumziekenhuis te laten plaatsvinden. Een dergelijk ziekenhuis beschikt over een neonatale intensive-care-afdeling (NICU), waar intensievere zorg zoals mogelijkheden tot beademing aanwezig is. Als het niet mogelijk is de weeënactiviteit af te remmen bij een kortere zwangerschapsduur, is overplaatsing naar zo'n centrum meestal het beste. Het WKZ geboortecentrum heeft een NICU.

Tot slot

VERKLARENDE WOORDENLIJST 

Calciumblokker medicijn dat weeën remt.

CTG cardiotocogram; registratiemethode om de conditie van de baby en de weeënactiviteit in de gaten te houden.

Corticosteroïd bijnierschorshormoon dat men  aan de moeder toedient om de longrijping bij het kind nog voor de  geboorte te versnellen.

DES diëthylstilbestrol, een synthetisch  hormoon dat artsen tussen 1947 en 1975 o.a. bij een dreigende miskraam  of vroeggeboorte voorschreven; dochters van moeders die dit hormoon  gebruikt hebben, hebben o.a. een verhoogde kans op vroeggeboorte van hun  eigen kinderen.

Hydramnion te veel vruchtwater, geeft sterke uitzetting van de buik.

Meerlingzwangerschap zwangerschap van twee of meer kinderen.

NICU afkorting van neonatale  intensive-care-unit, een couveuseafdeling waar men zeer intensieve zorg  aan te vroeg geboren baby’s geeft.

Preterme bevalling vroeggeboorte, bevalling voor de 37ste zwangerschapsweek.

Prematuur te vroeg geboren baby (voor 37 weken).

Spreider instrument waarmee de arts via de vagina (schede) naar de baarmoedermond kijkt (ook wel speculum genoemd).

Vaginaal toucher inwendig onderzoek in de  vagina met twee vingers, bijvoorbeeld om de opening (ontsluiting) van de  baarmoedermond te beoordelen.


Premature bevalling

Risicofactoren voor een vroegtijdige bevalling 
In Nederland wordt 7-8% van alle kinderen te vroeg geboren. Vaak is de oorzaak van vroegtijdige weeën en vroeggeboorte onbekend.

Uw voorgeschiedenis speelt een rol bij de kans op vroeggeboorte. Zo is er na een te vroege bevalling bij een vorige zwangerschap meer kans om ook in een volgende zwangerschap te vroeg te bevallen.

Ook een operatieve verkorting van de baarmoedermond (zoals een grote conisatie) kan een rol spelen.

Dochters van vrouwen die vroeger het DES-hormoon gebruikt hebben soms ook een kortere baarmoedermond, waardoor de kans op een voortijdige bevalling toeneemt.

Andere oorzaken kunnen te maken hebben met omstandigheden of problemen in uw huidige zwangerschap, zoals een meerlingzwangerschap, een te grote hoeveelheid vruchtwater (hydramnion), een ontsteking, bloedverlies in de zwangerschap, te vroeg breken van de vliezen, slapte van de baarmoedermond (cervixinsufficiëntie) en ziekte van de aanstaande moeder, vooral een infectieziekte.

Als de bevalling doorzet  
Een prematuur kind kan op de natuurlijke manier, via de vagina, geboren worden. Wel heeft een premature kind minder reserve dan een voldragen pasgeborene. Men bewaakt de harttonen tijdens de bevalling om te kunnen ingrijpen als het nodig is. Doorgaans is een kinderarts aanwezig of direct oproepbaar. Afhankelijk van de zwangerschapsduur legt men het kind vrij snel na de geboorte in de couveuse om afkoeling te voorkomen.

Ook aan een prematuur kind kunt u borstvoeding geven. Te vroeg geboren kinderen drinken vaak slecht aan de borst, omdat ze meestal de kracht en zuigreflex nog niet hebben. U kunt dan kolven en de verpleegkundige geeft de moedermelk per sonde aan uw kind.

Wanneer uw kind op de couveuseafdeling is opgenomen, brengt u als regel de kraambedperiode in het ziekenhuis door. Bij een heel vroeg geboren kind wordt u zelf na 2-3 dagen uit het ziekenhuis ontslagen, maar moet uw kind nog blijven. Wij hebben dan de mogelijkheid dat u kunt verblijven in het Ronald MC Donald huis.

Als de bevalling niet doorzet  
Als de vliezen niet gebroken zijn en de weeën afzakken, vermindert en stopt men de weeënremmers na enkele dagen. Bedrust is dan niet meer noodzakelijk en u kunt steeds vaker rondlopen. Als er opnieuw weeën optreden adviseert men zo nodig een tweede periode van weeënremming. 

Wanneer alles rustig blijft gaat u naar huis met het advies om de eerste tijd rust te houden. Pas als blijkt dat er geen nieuwe weeën optreden kunt u uw dagelijkse activiteiten weer opnemen. Ook is er dan geen bezwaar meer tegen vrijen en eventuele werkhervatting. Controle door de gynaecoloog is niet meer nodig, en terugverwijzing naar uw verloskundige of huisarts is mogelijk (behalve als er een andere reden was voor controle door de gynaecoloog).

Bij gebroken vliezen adviseert de gynaecoloog doorgaans observatie in het ziekenhuis en opname tot aan de bevalling. In enkele plaatsen is bewaking thuis mogelijk: een verloskundige of verpleegkundige die aan het ziekenhuis verbonden is, maakt dan thuis regelmatig een CTG.

Kinderafdeling en kinderarts  
Wanneer u opgenomen bent in verband met een dreigende vroeggeboorte is het vaak mogelijk om al voor de bevalling de couveuse/kinderafdeling van het ziekenhuis te bezoeken. Zo krijgt u een idee waar uw kind na de bevalling terechtkomt. Ook een gesprek met de kinderarts geeft vaak al veel duidelijkheid. Het is dan belangrijk om te bespreken of er problemen te verwachten zijn, nu of later.

Premature
weeën en
vroeggeboorte
Vroegtijdige weeën
en dreigende
vroeggeboorte

Een zwangerschap duurt gemiddeld 40 weken, maar een periode van 37 tot 42 weken beschouwt men als een normale duur van de zwangerschap.
Vroegtijdige weeën zijn weeën die optreden voor 37 weken. Ze kunnen leiden tot een bevalling op een te vroeg tijdstip, dat wil zeggen voordat de zwangerschapsduur 37 weken is. Dit noemt men ook wel een preterme bevalling. Het kind is dan bij de geboorte nog onrijp en heeft extra medische verzorging nodig. Zo’n te vroeg geboren kind noemt men een premature baby.

De behandeling van vroegtijdige weeën heeft als doel het tijdstip van de bevalling uit te stellen en ervoor te zorgen dat de geboorte van het kind plaatsvindt in een optimale situatie.

Vroegtijdige weeën
Weeën zijn pijnlijke samentrekkingen van de baarmoeder die leiden tot ontsluiting van de baarmoedermond en uiteindelijk tot de bevalling. Wanneer ze meer dan drie weken voor de uitgerekende datum optreden, spreken we van vroegtijdige weeën. Het kan dan gaan om een dreigende vroeggeboorte. Op zich verschillen vroegtijdige weeën niet van weeën rond de uitgerekende datum. Vaak zijn echte weeën pijnlijk en regelmatig. Ook kan verlies van wat bloed, slijm en/of vruchtwater optreden.

'Harde buiken' zijn geen weeën, maar normale samentrekkingen van de baarmoeder. Ze treden meestal niet regelmatig op, maar meer verspreid over de dag. Ze zijn vaak meer ongemakkelijk dan pijnlijk en veroorzaken geen ontsluiting.

Vroegtijdig gebroken vliezen 
Soms begint een voortijdige bevalling met het breken van de vliezen. Vochtverlies kan wijzen opgebroken vliezen. Meestal vangt men aflopend vocht op om vast te stellen of het om vruchtwater gaat en niet om urine of vaginale afscheiding.
Als de vliezen te vroeg breken kan de bevalling op gang komen. Er is een kans op infecties die zich via de vagina (schede) naar de baarmoeder en het kind kunnen uitbreiden. Zowel de moeder als het kind kunnen daar ziek van worden. Daarom houdt men de temperatuur van de moeder en de hartslag van het kind goed in de gaten. Antibiotica schrijft de arts soms voor om een infectie te voorkomen of te behandelen. Deze medicijnen, die men aan de moeder geeft, komen via de placenta ook bij het kind terecht.

Onderzoek

Bij vroegtijdige weeën doet de gynaecoloog onderzoek om te beoordelen of er werkelijk sprake is van een dreigende vroeggeboorte. Om te beoordelen of er al ontsluiting is verricht de arts veelal een inwendig onderzoek (vaginaal toucher of vaginale echo). Dit gebeurt over het algemeen alleen wanneer de vliezen niet gebroken zijn. Bij gebroken vliezen is vaginaal onderzoek met een steriele spreider (speculum) een mogelijkheid, maar men doet dit onderzoek niet altijd. Daarnaast zijn er andere onderzoeken om uw conditie en die van uw kind te controleren. Vaak neemt men met een kweekstokje een kweek af van de baarmoedermond, de ingang van de schede of de anus om eventuele infecties op het spoor te komen.

De weeën en de reactie van het kind op deze weeën kan men beoordelen met behulp van een CTG. Dit is een afkorting voor Cardio Toco Gram: een registratie van de hartslag van het kind en de weeënactiviteit.

Echoscopisch onderzoek geeft informatie over de ligging en de conditie van uw kind, de hoeveelheid vruchtwater, en de plaats van de placenta (moederkoek). Met dit onderzoek is het ook mogelijk de lengte van de baarmoedermond te meten.

Bloed- en urineonderzoek kan aanvullende informatie geven over uw conditie en over aanwijzingen voor infecties, zoals een blaasontsteking. De verpleegkundige controleert meestal regelmatig uw bloeddruk en temperatuur, en vaak luistert men ook naar uw hart en longen.

Weeën remmende medicatie

De eerste keus om premature weeën te behandelen in het WKZ geboortecentrum is atociban (Tractocile ® ). Deze wordt via een infuus gegeven.

Een ander middel dat kan worden toegepast is de calciumblokker nifedipine (Adalat®), deze neemt u onder de tong in. Adalat® is nog niet officieel als weeënremmer geregistreerd. In het WKZ geboortecentrum starten wij hier niet mee maar als u uit een ander ziekenhuis overkomt en hiermee gestart bent gaan wij overwegen met welke medicatietherapie wij de behandeling voortzetten.

Alle weeënremmers zijn effectief in het verminderen of stoppen van weeën. Vaak geven ze niet meer dan enkele uren tot dagen uitstel van de bevalling. Juist deze extra tijd is van groot belang om de conditie en kansen van het kind te verbeteren door het geven van corticosteroïden en/of door overplaatsing van de zwangere vrouw naar een centrumziekenhuis met een NICU (intensive care afdeling voor neonaten)

Bijwerking van weeënremmers 
Onze voorkeur voor continue infuus therapie gaat uit naar Tractocile® vanwege zeldzame bijwerkingen als misselijkheid, hoofdpijn en duizeligheid, lage bloeddruk, hartkloppingen . Deze bijwerkingen zijn meestal mild van aard.
Calciumblokkers (Adalat*) kunnen hoofdpijn als belangrijkste klacht geven.

Koorts tijdens weeënremming, zeker als de vliezen gebroken zijn, kan duiden op een infectie. Het is dan beter de weeënremming te stoppen, antibiotica te geven en het kind te laten komen.

Corticosteroïden   
Corticosteroïden zijn bijnierschorshormonen. Het lichaam maakt deze hormonen onder invloed van stress, maar men kan ze ook via een injectie aan de moeder toedienen. Bij kinderen die te vroeg geboren worden, functioneren de longen en andere organen nog niet helemaal. Om deze sneller te laten rijpen geeft men voor de geboorte corticosteroïden aan de moeder. Deze middelen komen via de placenta bij het kind. De longen en andere orgaansystemen van de baby rijpen dan versneld. Kinderen die voor 33-34 weken geboren worden nadat de moeder corticosteroïden heeft gekregen, hebben een betere prognose. Het effect van corticosteroïden is al meetbaar na 12 uur, maar optimaal na 24-48 uur. Hun werking duurt zeker een week.

Voorbeelden van dergelijke medicijnen zijn betamethason en dexamethason.

De bijwerkingen voor de moeder zijn gering. Het kind kan de eerste tijd wat minder beweeglijk zijn en op het CTG vertoont de hartslag vaak een wat rustiger beeld, maar tot nu toe zijn er geen nadelige effecten aangetoond.

Behandeling van een vroeg geboorte

De behandeling is afhankelijk van de duur van de zwangerschap, uw conditie en die van uw kind, en natuurlijk van de mate van ontsluiting. Bedrust en behandeling van een eventuele (blaas-) ontsteking verminderen vaak de weeënactiviteit. De gynaecoloog kan medicijnen voorschrijven om de weeën te remmen (weeënremmers) en om de samentrekkingen van de baarmoeder te bestrijden. Maar als er al veel ontsluiting is, bijvoorbeeld meer dan 5 centimeter, is de kans zeer klein dat het nog lukt om de bevalling enige dagen uit te stellen.

Soms geeft men bij een dreigende vroeggeboorte antibiotica als voorzorgsmaatregel.

Als de zwangerschap minder dan 30 weken is wordt een ook magnesiumsulfaat via een infuus gegeven, dit is een preventieve maatregel om de hersenen van het kind te beschermen ten gevolge van de premature bevalling.

Voor 33-34 weken zwangerschapsduur schrijft de gynaecoloog bij weeënremming vrijwel altijd ook corticosteroïden aan de moeder voor, om de rijping van de longen en andere organen van het kind te bevorderen.

Weeënremming vóór 24 en ná 33-34 zwangerschapsweken is niet zinvol. In bepaalde situaties – zoals bij een zeer ernstige hoge bloeddruk, bij ernstige groeivertraging van het kind, of bij infecties in de baarmoeder ziet men al voor de 33-34e zwangerschapsweek af van weeënremming en houdt men de geboorte van het kind niet tegen.

Het is gebruikelijk de geboorte van kinderen die nog geen 30-32 zwangerschapsweken oud zijn, in een centrumziekenhuis te laten plaatsvinden. Een dergelijk ziekenhuis beschikt over een neonatale intensive-care-afdeling (NICU), waar intensievere zorg zoals mogelijkheden tot beademing aanwezig is. Als het niet mogelijk is de weeënactiviteit af te remmen bij een kortere zwangerschapsduur, is overplaatsing naar zo'n centrum meestal het beste. Het WKZ geboortecentrum heeft een NICU.

Premature bevalling

Risicofactoren voor een vroegtijdige bevalling 
In Nederland wordt 7-8% van alle kinderen te vroeg geboren. Vaak is de oorzaak van vroegtijdige weeën en vroeggeboorte onbekend.

Uw voorgeschiedenis speelt een rol bij de kans op vroeggeboorte. Zo is er na een te vroege bevalling bij een vorige zwangerschap meer kans om ook in een volgende zwangerschap te vroeg te bevallen.

Ook een operatieve verkorting van de baarmoedermond (zoals een grote conisatie) kan een rol spelen.

Dochters van vrouwen die vroeger het DES-hormoon gebruikt hebben soms ook een kortere baarmoedermond, waardoor de kans op een voortijdige bevalling toeneemt.

Andere oorzaken kunnen te maken hebben met omstandigheden of problemen in uw huidige zwangerschap, zoals een meerlingzwangerschap, een te grote hoeveelheid vruchtwater (hydramnion), een ontsteking, bloedverlies in de zwangerschap, te vroeg breken van de vliezen, slapte van de baarmoedermond (cervixinsufficiëntie) en ziekte van de aanstaande moeder, vooral een infectieziekte.

Als de bevalling doorzet  
Een prematuur kind kan op de natuurlijke manier, via de vagina, geboren worden. Wel heeft een premature kind minder reserve dan een voldragen pasgeborene. Men bewaakt de harttonen tijdens de bevalling om te kunnen ingrijpen als het nodig is. Doorgaans is een kinderarts aanwezig of direct oproepbaar. Afhankelijk van de zwangerschapsduur legt men het kind vrij snel na de geboorte in de couveuse om afkoeling te voorkomen.

Ook aan een prematuur kind kunt u borstvoeding geven. Te vroeg geboren kinderen drinken vaak slecht aan de borst, omdat ze meestal de kracht en zuigreflex nog niet hebben. U kunt dan kolven en de verpleegkundige geeft de moedermelk per sonde aan uw kind.

Wanneer uw kind op de couveuseafdeling is opgenomen, brengt u als regel de kraambedperiode in het ziekenhuis door. Bij een heel vroeg geboren kind wordt u zelf na 2-3 dagen uit het ziekenhuis ontslagen, maar moet uw kind nog blijven. Wij hebben dan de mogelijkheid dat u kunt verblijven in het Ronald MC Donald huis.

Als de bevalling niet doorzet  
Als de vliezen niet gebroken zijn en de weeën afzakken, vermindert en stopt men de weeënremmers na enkele dagen. Bedrust is dan niet meer noodzakelijk en u kunt steeds vaker rondlopen. Als er opnieuw weeën optreden adviseert men zo nodig een tweede periode van weeënremming. 

Wanneer alles rustig blijft gaat u naar huis met het advies om de eerste tijd rust te houden. Pas als blijkt dat er geen nieuwe weeën optreden kunt u uw dagelijkse activiteiten weer opnemen. Ook is er dan geen bezwaar meer tegen vrijen en eventuele werkhervatting. Controle door de gynaecoloog is niet meer nodig, en terugverwijzing naar uw verloskundige of huisarts is mogelijk (behalve als er een andere reden was voor controle door de gynaecoloog).

Bij gebroken vliezen adviseert de gynaecoloog doorgaans observatie in het ziekenhuis en opname tot aan de bevalling. In enkele plaatsen is bewaking thuis mogelijk: een verloskundige of verpleegkundige die aan het ziekenhuis verbonden is, maakt dan thuis regelmatig een CTG.

Kinderafdeling en kinderarts  
Wanneer u opgenomen bent in verband met een dreigende vroeggeboorte is het vaak mogelijk om al voor de bevalling de couveuse/kinderafdeling van het ziekenhuis te bezoeken. Zo krijgt u een idee waar uw kind na de bevalling terechtkomt. Ook een gesprek met de kinderarts geeft vaak al veel duidelijkheid. Het is dan belangrijk om te bespreken of er problemen te verwachten zijn, nu of later.

Tot slot

VERKLARENDE WOORDENLIJST 

Calciumblokker medicijn dat weeën remt.

CTG cardiotocogram; registratiemethode om de conditie van de baby en de weeënactiviteit in de gaten te houden.

Corticosteroïd bijnierschorshormoon dat men  aan de moeder toedient om de longrijping bij het kind nog voor de  geboorte te versnellen.

DES diëthylstilbestrol, een synthetisch  hormoon dat artsen tussen 1947 en 1975 o.a. bij een dreigende miskraam  of vroeggeboorte voorschreven; dochters van moeders die dit hormoon  gebruikt hebben, hebben o.a. een verhoogde kans op vroeggeboorte van hun  eigen kinderen.

Hydramnion te veel vruchtwater, geeft sterke uitzetting van de buik.

Meerlingzwangerschap zwangerschap van twee of meer kinderen.

NICU afkorting van neonatale  intensive-care-unit, een couveuseafdeling waar men zeer intensieve zorg  aan te vroeg geboren baby’s geeft.

Preterme bevalling vroeggeboorte, bevalling voor de 37ste zwangerschapsweek.

Prematuur te vroeg geboren baby (voor 37 weken).

Spreider instrument waarmee de arts via de vagina (schede) naar de baarmoedermond kijkt (ook wel speculum genoemd).

Vaginaal toucher inwendig onderzoek in de  vagina met twee vingers, bijvoorbeeld om de opening (ontsluiting) van de  baarmoedermond te beoordelen.